Logo Pit

12 januari 2021

Interview van de maand met: John Gubbels

John Gubbels (58) is opgegroeid in de muziekwereld. Hij zat al jong bij de harmonie en ging vandaaruit naar het conservatorium. Daar studeerde hij slagwerk, klassiek en jazz. Bij het Limburgs symfonieorkest werkte hij uiteindelijk als vaste vervanger. Hij gaf veel les op diverse kunstencentra in Limburg en rolde voorzichtig het management in. Uiteindelijk werd John adjunct-directeur op de muziekschool in Capelle aan den IJssel en kwam vervolgens in het kunstencentrum van Venlo terecht. Op dit moment is hij directeur van de muziek- en dansschool in Kerkrade.

Johns doel: Ik wil de passie die ik heb overbrengen op kinderen. Het is heel fijn om muziek te maken, zeker als je dat met anderen kunt doen. Zelf zit ik op dit moment in een band. Ook voor kinderen moet dat geweldig zijn en dat wil ik ze graag laten zien en laten ervaren. Zoals iemand anders het leuk vind om met 11 kleintjes over een veld te rennen en hen te leren voetballen, vind ik het te gek om met ze te drummen. Het gaat niet alleen om de muziek. Het sociale aspect is minstens zo belangrijk. Je moet er iets voor doen. Muziek, en iedere andere vorm van cultuur, vormt je. Dat geldt overigens ook voor sport. Het is belangrijk dat kinderen overal aan kunnen snuffelen. Je moet ze die bagage mee kunnen geven. Dat doel is in mijn huidige management functie niet veranderd.

John, wat vind jij het leukste aan je werk?

Het leukste is om nieuwe projecten op te zetten en te zien dat dat lukt. We zijn bijvoorbeeld bezig met het project ‘Meer harmonie in de samenleving’. Het doel hiervan is om kinderen structureel en kwalitatief goed muziekonderwijs te geven. Het project is heel laagdrempelig. We koppelen het aan de omgeving van de school, aan de lokale harmonie, het poppodium, of philharmonie zuidnederland. Het is zo mooi om ook gemeenten en fondsen daarin mee te krijgen.
Wij willen scholen op het gebied van muziekonderwijs ontzorgen en structuur aanbrengen. Vroeger werd er per school een vakdocent ingehuurd voor een paar uur muziekles in de week. Na die paar uur vertrok hij weer naar een andere school. Maar dat functioneerde en beklijfde niet. Een vaste vakdocent is heel belangrijk, net zoals iedere school een vaste gymdocent in dienst heeft.
We noemen het ‘Meer harmonie in samenleving’ omdat het een betere wereld op moet leveren. Dat lijkt heel groots, maar dat is wel de achterliggende gedachte. Onze doelen worden 4 of 5 jaar lang gemonitord door de Universiteit Maastricht. Om te weten wat het oplevert. We willen dat de kinderen hier gelukkig zijn, dat de laaggeletterdheid omlaag gaat. Er is hier een grote sociale achterstand. Als wij een steentje kunnen bijdragen aan de ontwikkeling van deze kinderen dan is dat een mooie winst.

Welke ervaring op het gebied van cultuureducatie heeft de meeste indruk op jou gemaakt?

Laats noemde een docent een voorbeeld. In Kerkrade heeft elke school een kinderkoor. Die kinderkoren worden geleid door onze consulenten. Op een school voor speciaal onderwijs was er een kind dat nooit iets durfde te zeggen in de klas. Maar als dat kind ging zingen werd het een heel ander persoon. Het bijzondere was dat het zelfs een spreekbeurt durfde te houden als het over muziek ging. Dat is een typerend voorbeeld van wat cultuureducatie kan betekenen. Dit is waar we het voor doen.

Op welke manier heb jij te maken met Pit Cultuurwijzer?

Het contact met Pit Cultuurwijzer is heel intensief. We houden elkaar goed op de hoogte. Pit richt zich echter meer op de onderzoekerskant. Zij sporen scholen aan en vertellen wat er allemaal mogelijk is. Ik ben meer een doener. Ik start en zie wel waar het schip strand. Toch vinden we elkaar. Zo hebben de consulenten die bij ons werkzaam zijn bijscholingscursussen gehad, in samenwerking met de consulenten van SCHUNCK. Dit werd door Pit georganiseerd.

Welke boodschap wil jij aan kinderen meegeven op het gebied van cultuureducatie?

Het woord cultuureducatie begrijpt een kind niet. De eigen omgeving is al cultuur. Het hoeft niet per se om kunst te gaan. Een kind moet alles kunnen ervaren, overal van kunnen proeven. Cultuureducatie moet toegankelijk zijn voor iedereen. Ook als je uit een achterstandswijk komt of als je ouders het niet kunnen betalen. Maak er gebruik van en kijk wat het met je doet. We moeten geen muren bouwen omdat er geen geld is. Alles moet door elkaar worden gegooid, al die kinderen, met al die verschillende culturen en achtergronden. Met elkaar omgaan is al educatie.

Wat is jouw talent?

Mijn talent is mijn nieuwsgierigheid. Ik probeer dingen uit. Ik loop tegen dingen aan, soms gaat het fout en dan leer ik daarvan. Tuinieren doe ik graag. Op die manier kan ik volledig ontspannen. Laatst hebben we een boom aangeschaft en dan ben ik daar de hele dag mee bezig. Dan ben ik volledig in mijn element.