Logo Pit

Het mijnverleden tot leven: doorlopende leerlijn en kunstwerk

Toen groepsleerkracht en stagecoach Kevin Smith van (V)SO De Pyler aan leerlingen vroeg waar de naam van hun school eigenlijk vandaan komt, kwamen de meest uiteenlopende antwoorden voorbij. Sommigen dachten aan een pijl. Anderen dachten dat het iets te maken had met de oude schoolnaam. Maar dat een pyler een steunconstructie in de Limburgse mijnen is? Dat wist bijna niemand.

Die ontdekking bevestigde iets wat Kevin al langer zag: veel leerlingen kennen het mijnverleden van hun eigen omgeving nauwelijks. Terwijl De Pyler midden in Heerlen ligt, vlak bij het terrein van de voormalige Oranje Nassau 1-mijn, bleek de link tussen schoolnaam en geschiedenis voor veel leerlingen onbekend.

Voor het tienjarig jubileum ontstond daarom een ander idee dan een feest organiseren: wat als leerlingen niet alleen iets vieren, maar ook iets leren over de plek waar ze iedere dag naar school gaan? Samen met partners ontwikkelde de school een project dat vanaf volgend schooljaar een vaste plek krijgt in het onderwijs. Kevin was samen met collega’s Nicole Stevens en Guus Kitzen betrokken bij de ontwikkeling. “We wilden iets maken dat niet na een week weer voorbij is. Iets dat leerlingen echt meenemen.” Dat werd uiteindelijk een combinatie van een lessenreeks én een gezamenlijk kunstwerk.

Aansluiten bij de doelgroep
Om het idee verder te brengen, deed De Pyler een co-creatieaanvraag bij Pit Cultuurwijzer. De wens was duidelijk: het jubileum verbinden aan de plek waar de school staat en aan de leerlingen die er dagelijks leren. In eerste instantie was het vooral aftasten, vertelt Kevin. Welke expertise was nodig? Wie kon wat bijdragen? Vanuit die gesprekken ontstond een samenwerking waarin iedereen een eigen rol kreeg. “Wij wisten wat onze leerlingen nodig hebben: structuur, herkenning en een praktische manier van leren”, zegt Kevin. Maandelijks werd samengekomen om ideeën uit te werken en stap voor stap ontstond er een plan. Samen met culturele partner Cultuurwurm werd het mijnverleden vertaald naar een doorlopende leerlijn en kreeg het lesmateriaal inhoudelijk en visueel vorm. Zo groeide het idee uit tot twee blijvende resultaten: een almanak over het mijnverleden en een kunstwerk dat letterlijk meebeweegt met de leerlingen.

Geel en zwart
In drie leerjaren krijgen leerlingen aan de hand van de almanak meerdere lessen over het mijnverleden in de regio. Niet alleen vanuit theorie, maar juist door dingen in hun eigen omgeving te herkennen. “Klassen gaan onder meer naar het Mijnmuseum en bezoeken de mijn in België om letterlijk te ervaren hoe het leven ondergronds eruitzag”, zegt Kevin. Ook noemt hij als voorbeeld het stadion van Roda JC. “Waarom zijn daar eigenlijk die gele en zwarte stenen gebruikt? Daar zit een verhaal achter. Als je daarop gaat letten, merk je ineens hoeveel verwijzingen naar de mijnen nog zichtbaar zijn.”

Juist daarin zit de kracht van de co-creatie. Het mijnverleden is geen losse jubileumactiviteit, maar onderwijs dat past bij de school – ontwikkeld vanuit de vraag wat leerlingen nodig hebben om het verhaal van hun omgeving te begrijpen. Dat merkt Kevin zelfs nu al, voordat de lessen komend schooljaar zullen beginnen. Tijdens gesprekken in de klas moedigde hij leerlingen de afgelopen tijd aan om thuis eens rond te vragen. Wie werkte er vroeger in de mijn? Wat weten ouders, opa’s of oma’s daar nog van? Daar kwamen verrassend veel reacties op. “Leerlingen kwamen terug en zeiden: meneer, mijn opa wist hier heel veel over te vertellen.”

Kroonluchter vol penningen
Naast de lessen kreeg het jubileum ook een blijvende plek in de school zelf. Onder begeleiding van kunstenaar Tessie Crombach ontstond een gezamenlijk kunstwerk dat teruggrijpt op een traditie uit de mijnen. “Vroeger had iedere mijnwerker een eigen penning. Aan het begin van een dienst werd die van het bord gehaald; aan het einde van de dienst hing die weer terug. Zo was in één oogopslag zichtbaar wie nog ondergronds was en wie veilig terug was”, vertelt Kevin.

Die gedachte vormde de basis voor het kunstwerk op school. In een kroonluchterachtige installatie, geïnspireerd op elementen uit de mijn, hangt van iedere leerling een eigen gegraveerde penning. Bij de start op school wordt die toegevoegd aan het kunstwerk, en bij de diploma-uitreiking gaat de penning weer terug naar de leerling. Zo verandert het kunstwerk voortdurend mee met de school en ontstaat er een tastbare verbinding tussen verleden en heden. Voor Kevin zit juist daarin de kracht van het kunstwerk: leerlingen krijgen letterlijk een plek binnen de school.

Start in het nieuwe schooljaar
De officiële presentatie vond plaats tijdens de jubileumweek, maar de lessen zelf starten pas na de zomer. Dat was een bewuste keuze. Met nog maar een paar lesweken te gaan wilde de school voorkomen dat het project te snel en versnipperd zou worden aangeboden. Voor de start van volgend schooljaar staat daarom eerst een opfrismoment voor het team gepland. “De makers komen langs om collega’s opnieuw mee te nemen in de achtergrond van het project en de lessen toe te lichten. Niet omdat het enthousiasme ontbreekt”, benadrukt Kevin, “want ik hoor eigenlijk alleen maar positieve reacties uit het team.”

De opfrissing is vooral bedoeld om de kennis over het mijnverleden en de manier van werken weer scherp te krijgen. Ook wordt nog gekeken naar de beste vorm. In plaats van losse lessen verspreid over het jaar overweegt de school om het programma meer te bundelen, bijvoorbeeld in een project- of lesweek. Zo hopen ze dat leerlingen meer in het onderwerp blijven en verbanden beter gaan zien.

Voor De Pyler gaat het project uiteindelijk niet alleen over geschiedenis. De hoop is vooral dat leerlingen straks anders naar hun omgeving kijken. “Dit is een project dat is ontworpen voor de lange termijn. Onze hoop is natuurlijk dat de kinderen die de school verlaten straks, dat doen met niet alleen kennis over het mijnverleden van hun stad, maar ook met bijbehorende trots.”